U bevindt zich hier:De relatie met Stichting Brasa
De relatie met Stichting Brasa
Brasa is ontstaan uit het initiatief van de architect Lafour en vertegenwoordigers van twee Amster-damse woningcorporaties die zich na oriĆ«ntatie erg begaan voelden met de woonsituatie in Paramaribo en met het verval van de nog typische woonwijk Frimangron. In april 2000 volgde de formele oprichting van Brasa en in augustus 2000 de oprichting van Sekrepatu als counterpart. In Brasa participeren de Woningbouwvereniging Het Oosten, de Algemene Woningbouw Vereniging en de Gemeente Amsterdam, via de Stedelijke Woningdienst. Het stichtingsbestuur wordt gevormd door de respectieve directeuren. Onder het bestuur ressorteert een ondersteunende werkgroep bestaande uit 1 (een) medewerker per in Brasa deelnemende organisatie. De werkgroep fungeert tevens als “Pro Deo” adviesorgaan van Sekrepatu. Het draagvlak van Brasa is in 2005 verbreed door toetreding van de Amsterdamse woningcorporatie Rochdale.
Brasa en Sekrepatu hebben sloten in april 2001 een intentieovereenkomst met de Minister van SoZaVo. De minister zou zich o.a. beijveren om fondsen beschikbaar te krijgen voor woningbouw-plannen en daartoe de benodigde gronden ter beschikking stellen. De intentieovereenkomst werd in april 2003 verheven tot overeenkomst van samenwerking en in oktober 2005 gevolgd door een overeenkomst van uitvoering. In deze laatste overeenkomst verplicht SoZaVo zich om binnen het Plan Richelieu uiterlijk 2007 aan Sekrepatu bouw- en woonrijpe grond beschikbaar te stellen. Voor-uitlopend op het Plan Richelieu verplicht SoZaVo zich voorts om, in samenwerking met de Minister van RGB, op een locatie in Groot-Paramaribo, eveneens bouw- en woonrijpe grond beschikbaar te stellen. Sekrepatu verplicht zich om uiterlijk 2 jaren na beschikbaarstelling van grond op Richelieu minimaal 100 “sociale” huur-woningen te bouwen en op de in Groot-Paramaribo beschikbaar te stellen locatie, een nader te bepalen aantal. Wat Groot-Paramaribo betreft hadden partijen het oog op locaties te Hanna’s Lust en Tout Lui Faut.
Om Sekrepatu in staat te stellen haar verplichtingen na te komen heeft Brasa zich voor een aantal zaken sterk gemaakt. In het kader van de samenwerkingsovereenkomst stelt Brasa zich garant voor de bouw van 100 “sociale” huurwoningen per jaar gedurende een periode van 5 jaren. Middels een in 2003 getekend convenant verplicht Brasa zich voorts om de kosten van het werkapparaat van Sekrepatu, inclusief een ontwikkelingsdienst, eveneens voor 5 jaren te financieren. Het betreft een financiering die geleidelijk afneemt met de groei van het aantal huurwoningen. Sekrepatu wordt geacht na deze periode, met een bezit van 500 woningen, het break-even point bereikt te hebben om verder als zelfstandige woningcorporatie te kunnen functioneren.
Het mag duidelijk zijn dat locale financiering, tegen de gangbare rentepercentages, de bouw van 500 woningen in 5 jaren vooralsnog niet mogelijk maakt. Financiering vindt daarom plaats via Brasa en krachtens regels van het Nederlandse Ministerie van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer. Volgens deze regels mogen Nederlandse woningcorporaties zich tot een bepaald promillage van hun balanstotaal garant stellen voor de uit een lening aan een plaatselijke i.c. Suri-naamse woningcorporatie voortvloeiende rente- en aflossingsverplichtingen. De maximum looptijd van een lening is 30 jaar met mogelijke herziening van de rentevoet elke 10 jaar. Bij wanprestatie dient het betrokken project eerst geveild te worden voordat de garantie wordt aangesproken. De betreffende leningen worden door Sekrepatu opgenomen bij de Bank der Nederlandse Gemeenten door tussenkomst van de Dutch International Guarantees for Housing (DIGH) tegen een rentevoet die ver onder de in Suriname gangbare ligt. Tekorten uit een niet-rendabele exploitatie zullen voor een bepaalde periode door Brasa worden gedekt uit een speciaal hiertoe door haar ingesteld fonds.